Het gebouw van ons parlement en het pand van het toenmalige Ministerie van Algemene Zaken wordt herbouwd. De panden zullen in 2022 weer zichtbaar zijn op de hoek van de Henck Arronstraat en de Grote Combéweg. Op zich is dit zeker toe te juichen. Twee monumentale panden worden in ere hersteld en dit zal zeker een aanwinst zijn voor het aanzicht van het historische deel van de binnenstad van Paramaribo. Niemand zal hiertegen kunnen zijn.
Maar als we dan vernemen dat er in 2017 bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) een lening is gesloten om een aantal monumentale gebouwen in de binnenstad van Paramaribo te rehabiliteren, waaronder ons parlementsgebouw, dan vragen we ons af of we op deze manier moeten omgaan met de herbouw van het Huis van ons Volk. Dat er financiering wordt gezocht om enkele monumentale panden te financieren, dat kan. Maar de middelen voor het rehabiliteren van het gebouw van ons democratisch instituut zouden we zelf bijeen moeten brengen. Dat is het minste wat wij kunnen doen voor de behuizing van onze democratie. Het was beter geweest als we zelf met onze eigen financiële middelen het gebouw in zijn glorie zouden opzetten.

Het parlementsgebouw is op 1 augustus 1996, inmiddels 23 jaar geleden, door brand verwoest. De oorzaak van de brand zou een koffieapparaat zijn dat storing veroorzaakte en het houten gebouw met de grond gelijk maakte. Daarbij werd ook het aangrenzende gebouw van het toenmalige Ministerie van Algemene Zaken verwoest. Meer dan een verklaring over een defect koffieapparaat is er niet. Dit is tekenend voor de manier hoe we omgaan met staatsgebouwen. Hoe zit het met de brandveiligheid van de overige overheidsgebouwen? Heeft de brandweer deze onderzocht en gecontroleerd op brandveiligheid? Dat geldt trouwens ook voor alle houten gebouwen in de binnenstad van Paramaribo, die niet van de overheid zijn.

Het is nog niet geheel duidelijk of het parlement in het oude of het nieuwe gebouw zal vergaderen. Vaststaat wel dat een deel van de parlementaire activiteiten in het historische gebouw zal worden ondergebracht. Met zekerheid kunnen we nu al stellen dat er een chaotische situatie zal ontstaan als we nu al weten dat het een ramp is om in die buurt te parkeren. Het Presidentieel Paleis, Het Hof van Justitie, de Ministeries van Buitenlandse Zaken, Financiën, Justitie en Politie, Sociale Zaken en Volkshuisvesting en andere overheidskantoren staan in de zeer nabije omgeving van de plek waar het oude parlementsgebouw wordt herbouwd. We hebben 51 assembleeleden, dan is er nog het personeel van De Nationale Assemblee, de regering die op gezette tijden in het parlement is, de pers en de vele bezoekers. Waar gaan al deze personen hun auto parkeren? Toch niet op het Onafhankelijkheidsplein? Heeft men daar rekening mee gehouden?
En wanneer gaan wij leren om onze panden te onderhouden? Het binnenhalen van financiering voor het (her)bouwen van panden is slechts het halve werk. Belangrijker nog is, dat we beleid maken om onze panden te onderhouden. We hebben sinds 2005 een Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer, maar we hebben nooit kunnen merken dat dit ministerie ooit iets heeft geordend, maar zich alleen bezighoudt met het uitgeven van gronden. Maar van een ministerie dat uit puur politiek opportunisme is opgezet, hoeft men niet veel te verwachten.

De regering en De Nationale Assemblee moeten nu eindelijk met wetgeving komen die zorgt voor een betere inrichting van de binnenstad van Paramaribo en de vele woonwijken die ons land kent. Hier is uiteraard ook een belangrijke taak weggelegd voor de meer dan negen districts- en ressortsleden die ons land rijk is. Het wordt tijd dat de regering met strikte regelgeving komt, opdat personen van panden ook voor het onderhoud ervan zorgen. Een gebouw hier of daar opzetten of renoveren is leuk, maar het heeft geen zin als dan de meeste andere panden in die omgeving er vervallen uitzien. Kijk maar naar het pand op de hoek van de Zwartenhovenbrug- en Dr. Sophie Redmondstraat. Dat pand, dat een belangrijke historie heeft, staat er al tientallen jaren bouwvallig bij. Het is geen gezicht voor ons als burger, maar ook niet voor de toerist. We moeten niet alleen het oude parlementsgebouw in zijn glorie herstellen, maar de totale binnenstad van Paramaribo met haar mooie houten gebouwen en hoge bomen die we toen hebben gehad. We hebben niets aan al die grote gebouwen die zogenaamd modern zijn. Ze passen niet in onze houten binnenstad. En daar is beleid voor nodig.